Waarom stoppen studenten met hun opleiding?

Waarom stoppen studenten met hun opleiding?

‘Serieus achter de feiten aanlopen’

De eerste twee studiejaren zijn bepalend of een student zijn studie gaat halen. In deze periode hangt veel af van de begeleiding. De meeste afvallers stoppen al binnen een half jaar. Als reden geven ze aan dat de studie niet bij ze past. Maar wat betekent dit? Waarom geven ze het zo snel op? En wat kan de opleiding doen om ze binnenboord te houden? Waarom studenten stoppen is meestal onduidelijk, vertelt studieloopbaanbegeleider Guido Wolfs van Fontys.

Binnenboord houden

Beginnende studenten moeten zich snel thuis gaan voelen op de opleiding en het zelfvertrouwen ontwikkelen dat ze de studie aan kunnen. Hierbij krijgen ze hulp van een studieloopbaanbegeleider zoals Guido Wolfs, docent aan de Fontys-opleiding Communicatie. Guido heeft de belangrijke taak om zoveel mogelijk studenten binnenboord te houden. En dat valt niet mee. Van de 22 studenten waarmee Guido dit schooljaar startte zijn er een half jaar later nog maar 16 over. En daar zal het niet bij blijven, want gemiddeld haakt meer dan dertig procent van de propedeusestudenten af.

Jonge studente

‘Als studieloopbaanbegeleider loop je meestal achter de feiten aan. Een student die wil stoppen, staat bij wijze van spreken al buiten voordat ik hem spreek. Ik hoor vaak te laat wat er speelt. Op het moment dat ik ze zie, zijn ze heel stellig: dit past gewoon niet bij mij. Ook zijn er studenten met gedragsstoornissen of leerstoornissen, waar ik het bestaan niet van wist omdat ze niet gemeld zijn. Als ik studenten spreek, hebben ze vaak de keuze om te stoppen al gemaakt. De problemen sudderen meestal al een tijdje voordat ik erover hoor. Dat is jammer, want ik wil ze graag binnenboord houden als die mogelijkheid er is.

‘Laatst wilde een meisje met haar studie stoppen. Ze twijfelde over haar eigen capaciteiten en haar studieresultaten waren beneden de maat. Dat verbaasde mij, want haar cijfers op de middelbare school waren goed geweest en ze was geliefd bij haar studiegenoten. Wel zag ik dar ze nog erg jong was. Uit onze gesprekken bleek dat ze last had van een te laag zelfvertrouwen. Ook was ze een keer ziek geweest op het moment dat ze een belangrijke toets moest maken. Daardoor was ze aan het twijfelen geslagen. Ik zorgde ervoor dat ze de toets kon inhalen en dat haar zelfvertrouwen verbeterde. Daarna is ze veel beter gaan werken en komt ze weer met veel plezier naar de opleiding.’

Leerstijlen

Fontys neemt de studiebegeleiding serieus, maar het aantal afvallers wordt er nauwelijks minder op. Guido: ‘Ik ben toegewezen aan een klas. Ik zie ze in het begin twee keer per periode voor een speciale bijeenkomst Studieloopbaanbegeleiding. Daarbij ken ik veel studenten al van het intakegesprek dat ze krijgen bij de Studiekeuzecheck. In de klassikale begeleiding krijgen ze tools en tips om beter te studeren en wisselen ze ervaringen met elkaar uit. We hebben het over zaken als normen en waarden, samenwerking, timemanagement en het nut van het volgen van (niet-verplichte) colleges. Ook krijgen ze een leerstijlentest, maar daar wordt verder weinig mee gedaan omdat deze weinig zegt over de manier waarop de studenten leren.’ Dat laatste is weinig verbazingwekkend, want leerstijlen zijn geen goede voorspeller van studiesucces of uitval.

Persoonlijke gesprekken

Naast de klassikale begeleiding ziet Guido de studenten ook individueel. Eén keer per periode. Daarbij is de aanpak heel anders dan de klassikale bijeenkomsten. ‘In de klas hebben we een vaste opzet en structuur. De persoonlijke gesprekken gaan alle kanten op. Hierbij gaat het meer om een vertrouwensband op te bouwen. Het is niet eenvoudig om in een uur te ontdekken of een student zijn studie op de juiste manier aanpakt en of hij lekker in zijn vel zit. De gesprekken blijven door het gebrek achtergrondinformatie over de student soms wat oppervlakkig.

Vaak zitten er simpele zaken achter de tegenvallende resultaten, zoals slechte studievaardigheden. Andere keren spelen emotionele zaken een rol, zoals het zich thuis voelen in een groep. En af en toe zie ik ook studenten met gedrags- of leerstoornissen. Het is natuurlijk lastig om een communicatieopleiding te volgen als je dyslectisch bent of een autistische stoornis hebt.

Ik kan studenten doorverwijzen naar een decaan of het studiecentrum, bijvoorbeeld voor een training studievaardigheden. Maar ik merk dat daar vaak weinig animo voor is omdat studenten geen extra hulp willen of hun keuze om te stoppen al gemaakt hebben. In de gesprekken is het belangrijk om over de communicatie, samenwerking en studiegedrag te praten en minder over de inhoud van de opleiding.’

Havisten en mbo-ers

‘Ik zie grote verschillen tussen havisten en mbo-ers. De havisten hebben geen probleem met het niveau, maar vinden het wel lastig om zelfstandig te werken. Bij mbo-ers is dat precies omgekeerd. Ik heb ook lesgegeven op een mbo en daar speelden de ouders een grote rol. Zij werden overal bij betrokken. Ook was er een duidelijke overdracht van de middelbare school naar de mbo-opleiding. In het hoger onderwijs is dat er niet, ondanks het feit dat de studenten door het nieuwe leenstelsel langer thuis blijven wonen. Het zou goed zijn om ook bij de oudere studenten de ouders alsnog een rol te geven.’

Exit-gesprekken

Guido houdt ook exit-gesprekken met studenten. Wat hoort hij daar? ‘Ik wil graag nog een laatste gesprek hebben, voordat ze weggaan. Vaak weten studenten niet meer wat ze willen. Ze nemen dan een half jaar om zich verder te oriënteren en wat te werken. Andere studenten besluiten om iets totaal anders te gaan doen, bijvoorbeeld een opleiding houtbewerking.

‘Het blijft me nog altijd verbazen dat studenten hier weggaan met de mededeling dat de studie niet bij ze past terwijl ze van tevoren naar open dagen zijn geweest, een studiekeuzecheck hebben gedaan en allerlei proeflessen en meeloopdagen hebben gevolgd. Ik denk dat het zou helpen als ik meer contactmomenten zou hebben met mijn groep, zodat ik eerder weet wat er speelt. Ook wat meer inzicht in het leergedrag zou welkom.’